Vaderland, moederland … niemandsland

Hij heeft me nooit iets verteld over het moment waarop hij zijn land verliet.

Niets over de manier waarop. Niet of hij zich tijdens de grensovergang ergens moest verbergen of het op een rennen heeft gezet. Niet of hij angst heeft gevoeld, of opluchting toen hij de overkant bereikte.

En ik heb de verhalen wel gelezen over ballonvluchten, kofferbakken met ventilatiegaten, verstopplaatsen in wc of plafond in treinen. Over voettochten door niemandsland, tunnels, kogelregens, nachtelijk overgezwommen rivieren. Maar ook daarin vond ik niets over de gevoelens die daarmee gepaard gaan en misschien is daar ook geen tijd of ruimte voor. Het moment van grensovergang lijkt een niet te communiceren bardo, een wachtkamer waar mensen wachten tot hun nieuwe leven een aanvang neemt en waar de tijd niet meet bestaat. En misschien bestaat dat ene moment ook niet, is er eerder sprake van een hele reeks momenten. Je land verlaten doe je per slot van rekening niet in één keer.

Ik weet alleen dat hij in de zomer van negentiennegenenzeventig zijn land verliet, op het moment dat daar een benzinecrisis heerste. Om mensen in staat te stellen benzine uit Bulgarije te halen, gaf de overheid tijdelijke doorreisvisa voor Joegoslavië uit. Een van de onnavolgbare maatregelen die het failliete economische systeem op de been moest houden, en die onofficieel gelegenheid bood om de meest lastige elementen uit het land te lozen. Het werd de ontsnappingsroute waarlangs de laatste grote vluchtelingengolf naar het westen kwam. Vermoedelijk heeft ook hij langs die weg zijn land verlaten.

Ik had bij hem willen zijn die dag. Als een vogel op zijn schouder, deelgenoot van wat hij zag, dacht, voelde. Maar in plaats daarvan moet ik vertrouwen op de film die in de loop van jaren in mijn verbeelding is ontstaan.

 

© Inez Risseeuw 2020