Een draak op dertien hoog

Fragment:
Isidoor staat in de deuropening en leunt tegen de deurpost aan. Haar vader zit over zijn bureau gebogen, met een vergrootglas in zijn hand. Het licht van de lamp valt in een cirkel op een boek met rafelige bladzijden. Zijn grijze haar ligt als spinrag om zijn hoofd. Ze besluit, de directe aanpak, dan maar.
‘Pap,’ zegt ze, ‘we hebben een draak in huis.’
Haar vaders hoofd komt langzaam omhoog. Zijn loep zweeft boven het dikke boek. ‘Wat leuk lieverd.’ Hij staart nadenkend voor zich uit. ‘Een draak, zei je? Waar heb je die gezien?’
Isidoor bijt op haar lip. Jadviga zit vlak boven zijn hoofd op ‘Mythologie van de Lage Landen’. Ze hopt van haar ene poot op de andere, klaar voor een nieuwe duikvlucht.
Haar vader knippert met zijn ogen. ‘Lieverd, je weet toch dat de draak een fantasiedier is? Voortgesproten uit de fantasie van de Middeleeuwse geest?’ Hij buigt zich weer over zijn boek.
‘Het kan ook iets anders zijn’, wil Isidoor zeggen, maar dan ziet ze de blik in Jadviga’s ogen. Het is dezelfde blik die ze vanmorgen in het trappenhuis zag, vlak voor ze zich op de kat van de buurvrouw stortte. Ze heft haar vinger om te wijzen, maar Jadviga is al van de boekenplank gedoken, recht op het glanzende schedeldak van haar vader af. Triomfantelijk landt ze op de hoogste boekenplank, naast ‘Kruistochten en het Heilige land’. Grijs pluis tussen haar kaken, alsof ze een muis gevild heeft.
Haar vader voelt met zijn hand op zijn hoofd en kijkt verbaasd naar zijn handen. Aan zijn vingertoppen zit een beetje bloed. Hij tuurt om zich heen en Isidoor wijst, maar voor haar vader zich kan bukken, scheert ze langs zijn rechteroor en landt dan voor hem boven op het opengeslagen boek. Haar vaders mond gaat open en weer dicht. Dan heft hij zijn vergrootglas en tuurt hij door het dikke glas.
‘Een draak zeg je?’

© Inez Risseeuw 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *