Kleine bibliografie

Fragment:
Een boek dat nog voor mijn geboorte een rol in mijn leven speelde was ‘Kleine Inez’ van Reinier van Genderen Stort. Het is het boek dat mijn moeder las toen ze zwanger was van mij, de roman waaraan ik mijn roepnaam te danken heb. In tegenstelling tot mijn broers die naar hun grootvaders werden vernoemd, kreeg ik daarmee een roepnaam die nog niet in de familie was voorgekomen. Hiervoor ben ik het boek en mijn moeder dankbaar, want het heeft vanaf het prille begin mijn positie als buitenbeentje verduidelijkt; wel in de familie geboren maar niet van de familie. Daarmee brengt het de voor- en nadelen met zich mee die mijn leven hebben bepaald. Het is de voorbode van het soms zo pijnlijke apart staan en tegelijkertijd van de uitweg die me geboden werd.Waarom het bijvoeglijk naamwoord in de titel moest, weet ik niet. Ik vat dat ‘kleine’ nog steeds op als de kwalijke verschattiging die zoveel meisjes zich toen moeten laten welgevallen om zich geliefd en gewenst te weten, als een soort moeder van de wens dat ik de schattige blonde peuter zou worden die ik een paar jaar later op de foto’s lijk te zijn met mijn blonde pijpenkrullen. Als tegenwicht tegen zoveel schattigheid zit ik op dezelfde foto met een onverzettelijke blik in mijn neus te peuteren en kijk fronsend tegen het zonlicht in met die denkrimpel die in nog steeds ken van mezelf. Ik ben twee jaar en nog heel, samen met mijn moeder op vakantie bij haar zus in Denemarken. Op de achtergrond zijn de azuurblauwe water en hemel van de Scherenkust te zien. Het is misschien wel de laatste keer dat ik ongestoord haar aanwezigheid op mag eisen.
Toen ik het boek rondom mijn achttiende zelf las, vond ik het een sentimenteel verhaal, de moraal romantisch truttig. En ik las er een lotsbestemming in dat ik, net als de fictieve Inez, in mijn onschuld de redding zou zijn voor een of andere gedoemde jongeling. En dat ik, eenmaal verstandig geworden, genoegen zou nemen met de saaie buurjongen die ik altijd al had gekend. Terwijl ik er juist van droomde om mijn hart te vergooien aan een of andere dolende ridder en zo snel mogelijk mijn maagdelijkheid te verliezen. Ik wilde het leven proeven in al zijn ongebreidelde reikwijdte, kopje ondergaan en desnoods mijn verstand verliezen om er wijzer en gelooider uit terug te keren.

© Inez Risseeuw 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *